ZERK 163 klik hier voor plattegrond

De staande zerk betreft het echtpaar Dekema - Hottinga.

Het randschrift in gotische letters is:

Int jaer ons Heeren MVc ende XXIII den XXIIII dach
Octobris sterf de eernveste heerschap Juw van Dekama

Int jaer ons Heeren MVc end XXXIX (1539) de XV dach May
sterf die eerbare Katrin Hottingha syn huysfrouw

onder beeldhouwwerk staat een tekst uit "Ecclesiasticus"(Jezus Sirach), hst 38, vs 23:

MEMENTO IVDICY MEI
SIC INI ERIT 8E TVV
MIHI HIRITIBI HODIF
ECCI I SIA IICI 38

OPMERKINGEN:

Juw van Dekama was een zoon van Hette van Dekama en Wick van Albada. Hij was omstreeks het jaar 1510 grietman van Baarderadeel. Trijn van Hottinga was zijn tweede vrouw.

Deze grote zerk is rijk versierd met beeldhouwwerk. Omgeven door vele ornamentale vesieringen in de vorm van bloembladeren is een links kijkende traliehelm met als helmteken een klimmende leeuw. Onder de helm hangende aan linten het M en V schild. Het M schild heeft links van de deellijn een halve adelaar en rechts twee franse lelies (Dekema). Het V schild heeft links van de deellijn ook een halve adelaar en rechtsboven een wassende maan en twee sterren. Rechtsonder drie schelpen (Hottingha). De schilden worden ondersteund door een man met gespreide armen. Rechts van het V schild een vrouw en links van het M schild een oudere man. Al deze personen staan op een sarcofaag. Tussen de schilden twee spelende kinderen. Aan beide kanten van de halve vierpasboog zijn engelen te zien.

Op elke hoek twee wapenschilden, waarvan alleen die op de linker boven en onderhoek ingevuld zijn. Linksboven het wapen van Dekama en onder het wapen van Hottinga. De twee vrouwenschilden zijn oningevuld gebleven. Op de sarcofaag staat tekst uit "Ecclesiasticus" (Jezus Sirach) hoofdst. 38 vers 23.

ZERK 164 klik hier voor plattegrond

Zoals bijna alle rode bremer zerken, is ook deze incompleet.

Het randschrift is:

Int iaer ons heeren M CCCC ....

op het middenvlak:

Jacob Popta

OPMERKINGEN:

De naam op het middenvlak is van veel latere datum.

ZERK 165 klik hier voor plattegrond

Deze zerk is nog vrij gaaf van tekst en beeld.

Het randschrift is:

Ao 1695 de 8ste Aug is in den Heer Ontslapen d' Eerw:
Godsalighe en Hoogh Geleerde D.R. Regnerus Reen oud 63
Iaar en 3 maanden

Op het middenvlak onder het beeldhouwwerk staat:

Hier rust het stoflike
van
De Eer- en deugdrijke Vrouw
MARIA BRONGERSMA ml
Egtgenote van D.R. Reen Bedienar
des H. Evang. alhier zijnde in den
Heere ontslaapen den 28 April
1693 oud by de 45 Iaaren
En Teeltje Reen hun
dogter out 8 Iaaren en 9
weeken den 20 Maij
1694 is in den
Heere Ontslapen

Godts Trouwen Kruijs Gesant
wiens stem klonck als de donder
Een trouwen Vader
en versorger van sijn kerck
Na veertigh Jaar en twee
geroepen uyt syn werck
Het is Regnerus Reen
Wiens lighaem leit hier onder
tot Exmorra 9 tot Burgwert 3
tot Workum 4 en laast tot
Franeker 26 Iaar

Ao 1771 den 10 7bris is in den Heere gerust
Juffr Geertruud Bakker Huijsvrouw
van den hr F H Reen oud 53 Jaar 4
maand en leid alhier begraven

OPMERKINGEN:

Regnerus Reen is in 1632 geboren te Makkum. Hij was predikant te Exmorra 1653 - 1662, Burgwert 1662 - 1666, Workum 1666 -1669 en Franeker 1669 - 1695. Op 6 augustus 1695 werd hij op de preekstoel door een beroerte overvallen. Hij preekte toen over Psalm 20: 2-5, paste vers 1 direct op zichzelf toe, zeggende: Toehoorders, ik voel dat ik bijna in een hoger vertrek zal gesteld worden, en brak af met het; Onze Vader.

Hij werd naar huis gebracht en overleed de volgende dag, twee jaar nadat zijn vrouw Marie Brongersma was overleden.

10 7br is 10 september.

Op het middenvlak wordt de tekst onderbroken door een tak waaraan de het M en V schild handen. De schilden zijn verminkt. Op de hoeken de bekende leeftijdskoppen.

ZERK 166 klik hier voor plattegrond

Deze zerk is door de steenhouwer op deskundige wijze van een nieuwe tekst voorzien. Wat de oorspronkelijke tekst is geweest, is onbekend. Het beeldhouwwerk behoorde bij de eerdere gebruiker.

De tekst onder het beeldhouwwerk is:

JOHANNA CAMPER
gebooren Bourboom
overleden
In het LIVste Iaar Haares
Ouderdoms
den IVden van Louwmaand
MDCCLXXVI

OPMERKINGEN:

Johanna Camper-Bourboom is geboren op 24 augustus 1721 en overleden op 4 januarie 1776. Zij was de vrouw van professor Petrus Camper. Zij was eerder gehuwd geweest met de burgemeester van Harlingen Doede Johannes Vosma. In 1756 trouwde Camper met de weduwe.

Petrus Camper werd geboren op 11 mei te Leiden als derde kind van Florentius Camper en Sara Geertrude Ketting. Zijn vader was emeritus predikant en een vermogend man. Hij was o.a. Heer van Ouderkerk op den IJsel, die vele geleerden en kunstenaars thuis ontving en die hij financieel steunde. Petrus toonde zich al vroeg begaafd en op 9 maart 1734 werd hij als student geneeskunde en filosofie te Leiden ingeschreven. Hij was een man met vele grote talenten. Zo promoveerde hij op 14 oktober 1746 tot doctor in de wijsbegeerte en op diezelfde dag ook nog tot doctor in de geneeskunde. In 1745 vestigde hij zich als geneesheer te Leiden en in 1748, na de dood zijn ouders, maakte hij wetenschappelijke reizen naar England en Frankrijk. Door ziekte kon hij niet eerder dan in juli 1750 naar Franeker komen waar hij hoogleraar in de Philosophie, anatomie en chirurgie werd. In 1755 vetrok hij naar Amsterdam waar hij aan het Athenaeum Illustre ontleed- en heelkunde ging doceren. In 1758 werd hij daar benoemd tot professor in de geneeskunde. In 1761 besloot hij weer naar Franeker te gaan en ging wonen op Klein Lankum. Op 9 mei 1764 werd hij benoemd te Groningen, en in 1766 werd hij daar rector magnificus. Maar in 1773 ging hij weg uit Groningen en vestige zich weer op Klein Lankum waar hij over veel dingen verhandelingen schreef en 10 keer werd het eregoud aan hem uitgereikt. Ook werd hij volmacht ten landsdage voor Idaarderadeel en vroedtsman voor Workum en dijksvolmacht voor het Klooster Lidlum. Hij was een echte aristocraat en daarom in binnenland minder geliefd dan in het buitenland. In 1787 werd hij lid van de raad van state en korte tijd later voorzitter. Op 7 april 1789 stierf hij aan een borstvliesontsteking. Hij werd te Leiden in het familiegraf in de Pieterskerk bijgezet.

Zijn derde zoon Adriaan Gillis Camper geb. 13 maart 1759, was van 1802 tot 1805 curator aan de academie Frameker. Hij overleden op 5 februari 1820

Het beeldhouwwerk is verzonken in een grote rechthoek. Een aankijkende traliehelm met een kroon en een soort bijenkorf als helmteken. Onder de helm het M en V schild die beide 'schoon' gemaakt zijn door de steenhouwer. In de linker en rechter hoeken een vaas met bloemen, omgeven door ornamenten en bovenin gedrappeerde doeken.

ZERK 167 klik hier voor plattegrond

De volgende zerk ligt boven die van Camper.

Het randschrift is in twee regels op de zerk aangebracht.

Randschrif buitenste regel is:

Anno 1679 den 29 Augusty is in den Heere gerust Iohannes
Pyters Ennema in leven Conf. meester tot Maccum oudt
32 jaer 8 weecken

(binnenste rand)

Ao 1708 den 28 en April is in den Heere Gerust D.E. Ageus
Ennema olde Burgemeester en administrerende vooght van 't
Claercamster Weeshuys out 35 Iaer en is hier begraven

Tekst op het middenvlak onder beeldhouwwerk is:

Anno 1684 den 16 Ot.
is in den Heere gerust
Attie Agges Bruinia
laeste hvisvrou van
Iurian Beerns Salvar
da out 30 iaer en drie
maent en 16 dagen
ende leit hier begraven
Den 27 Iuly 1698 sterf D.
E. Antie Harmens Huisfrou van
Age Ennema en is hier begraven

OPMERKINGEN:

Iohannes Pieter Ennema was magistraat en kapitein van een compagnie soldaten die onder Joure gelegerd waren. In augustus 1673 kreeg hij moeilijkheden met de senaat van de academie omtrent betalingen tot onderhoud der soldaten. De senaat wenste niet te betalen, maar zond wel manschappen. Ennema weigerde de manschappen op te nemen in zijn compagnie en wende zich tot Prins Maurits. Deze gaf order aan Ennema om de manschappen wel op te nemen. Die bleef weigeren en wende zich tot de gedeputeerde staten die zich samen met de Prins over de kwestie bogen en uiteindelijk Ennema op 12 september 1673 gelijk gaven en de senaat alsnog dwongen tot betaling en de manschappen terug te roepen.

conf. meester betekent konvooimeester.

Het beeldhouwwerk vertoond veel overeenkomst met dat van zerk nr. 159. Het helmteken is nu een klaverblad. Zowel het M en V schild als de schilden op de hoekenzijn verminkt. Alleen onder de twee schilden aan de onderkant staat links: I E en rechts A B.

ZERK 168 klik hier voor plattegrond

De afkortingen die in het randschrift voorkomen zijn in kleine letters boven de tekst aangebracht. Hierdoor is de tekst wat lastig te lezen.

Tekst buitenste randschrift is:

Ao 1647 Den XIen May is in Den Heer Gherust De'
Eerentphes'n Heer Hans Dovwe Stapert in Tyd Me'
'de Staat va' Frieslt. Bvrgem. En' Arme Voocht Desr
Stede Oldt 70 Iaren Ende Leit Hi' Begrav'n

(binnenste randschrift is:

Ao 1624 de' 20 April Sterf de Eerbare Antie Ians dor
syersma echte Wyf van de heer Hans Dovves z Stapert
olt int 32 Iaer alhier met 4 kynderem begraven

OPMERKINGEN:

Het beeldhouwwerk beslaat bijna de gehele zerk. Bovenin een kindergezich met pruik en twee gestrekte armen die een koord vasthouden. Aan weerskanten van het medaillon een half naakte vrouw. In het medaillon een links kijkende traliehelm met als helmteken een adelaar met gespreidde vleugels, die beschadigd is. Ook het M en V schild is beschadigd. Onder het medailon een mannengezicht. De tekst op het ovale rouwbord is geheel afgesleten.

Er waren twee geslachten Stapert uit Wommels bekend. Het ene is reeds in 1615 in de mannelijke lijn uitgestorven.

Het andere bestond uit vier broers; alleen het geslacht van Sipke Hanzes zette zich nog een poos voort.

De tekst op de zerk heeft betrekking op Hans Douwes (1577 - 1647) lakenhandelaar en burgemeester van Franeker.

Hij was de laatste vertegenwoordiger van het geslacht in de mannelijke lijn. (deze informatie is niet juist. er is veel meer bekend over het bekende geslacht van Stapert, G. v.d. Heide)

ZERK 169 klik hier voor plattegrond

De staande zerk is een fraaie en ongeschonden steen die betrekking heeft op de Herema's.

Het randschrift is:

INT IAER ONS HERE MV XLII den XVI Aprilis sterf
die Eerbare Juffer Hylck Gorolt va' Herema dochter

In de rechthoek onder het beeldhouwwerk staat een vers van Horatius:

Vitae suma brevis
spes. nos. vetat in
choare longas

OPMERKINGEN:

Hylck van Herema was een dochter van Gerolt van Herema en Luts van Sjaerdema. Haar vader was een zoon van Foecke van Herema en Ath. Roorda en haar moeder een dochter van Tjaert van Sjaerdema en Katrijn Harinxma thoe Slooten.

De latijnse tekst is van Horatius, Oden, boek 1, no 4.
Vertaling: De korte duur van het leven verbiedt het begin van lange verwachtingen.

Op de banderolle, die de middelste schilddrager omgeeft staat de signatuur van I.B.G. met het jaartal 1539.

De zerk is rijk versierd met beeldhouwwerk en vrijwel onbeschadigd. Alleen de begintekst van het randschrift is afgesleten. Maar uit archiefstukken bleek wat er gestaan heeft. Centraal is de links kijkende traliehelm met als helmteken een klimmend hert. Het M schild heeft links van de deellijn een halve adelaar en rechts drie eikels. Het V schild bevat een klimmende leeuw (Herema en Sjaerdema). Ornamenten en spelende kinderen vullen het beeld op terwijl de schilden worden ondersteund door drie personen. De middelste draagt een banderol waarop de letters I.B.G en het jaartal 1539 vermeld staan. De zerk is dus gemaakt 3 jaar voor het overlijden van Hylck.

Dit verschijnsel komt vaker voor. Waarschijnlijk werden de zerken op het atelier gereedgemaakt met blanco randschrift en wapenschilden. Die werden dan na aankoop ingevuld.

Alleen de wapenschilden links en rechts onder zijn zichtbaar. In vierpassen bevat het R.O een halve adelaar, drie eikels en en klimmende leeuw. L.O. een halve adelaar, twee rosen , een dwarsbalk met drie verticale lijnen en een franse lelie(Roorda en Harinxma).

ZERK 170 klik hier voor plattegrond

De zerk naast die van Stapert heeft fraai beeldhouwwerk met op een tableau latijnse tekst.

Tekst randschrift is:

Ao 1568 den 3 Septembris sterf Liuve Dirck zo. Bvrgemeister
in Franeker Ao 1588 de' 19 November sterf die eerbaere
..... ...... ....... syn wijf

Tekst op het tableau is:

Vivent mortui
tui Domine

onder beeldhouwwerk staat:

............. theodori filius urna
........ consut franica clara tibi
.............noduc op leverat octo
.........ferox tempora plura nega

OPMERKINGEN:

Het beeldhouwwerk is nogal beschadigd. In een medaillon een links kijkende helm met daaronde het M en V schild die veminkt zijn. Vaag is op het V schild een huisteken te zien. De versiering bestaat verder uit bloemen en vruchten en smeedijzeren banden.

De latijnse tekst is maar voor een deel leesbaar. Op de hoeken de leeftijskoppen.

ZERK 171 klik hier voor plattegrond

Deze staande zerk met prachtig versierd gotisch randschrift heeft betrekking op Tyalyng van Botnya

Tekst randschrift is:

Int jaer ons Heeren MVc XXXIII de IIII dach Novembris sterf
den gestrengen erntveste heere Tyalyng van Botnya Ridder
ende Raet der Keiserlijcke Majesteit

OPMERKINGEN:

Alleen de onderstreepte hoofdletters zijn in het randschrift te zien. De betekenis is voor de duidelijkheid toegevoegd.

Tjalling van Botnia was ridder en raadsheer in het hof van Friesland en grietman van Hennaderadeel en Franekeradeel.

Deze grote zerk is onbeschadigd en rijk voorzien van beeldhouwwerk. Midden boven een zuil met het jaartal 1535. Aan weerskanten een kind dat een koord vasthoudt waaraan een medaillon hangt. Rechts een X en links vier kruistekens. Een grote rechtskijkende traliehelm met als helmteken een arm in de L stand met opgeheven zwaard (Botnia). Het M schild is voorzien van het helmteken en het V schild een halve adelaar en rechts van de deellijn boven een wassende maan en ster. Onder drie schelpen (het wapen van zijn tweede vrouw, Frouck Hottinga, zie zerk 116). De schilden worden ondersteund door een man en vrouw. Verder is de zerk rijk voorzien van ornamenten en zuilen. Onder het beeldhouwwerk een rouwbord waarvan de tekst afgesleten is.

Op een klein schildje onder de grote wapens vlak boven de deellijn staat een signatuur van waarschijnlijk de maker van de steen( BG ?).

Op de hoeken in vierpassen de wapenkwartieren. Rechtboven Botnia, Linksboven een halve adelaar en ster. Links onder twee ganzeveren en rechtsonder een klimmende leeuw. Jeppema, Sybeda en Helbada.

ZERK 172 klik hier voor plattegrond

De tekst van deze zerk is wel goed leesbaar, maar door de indeling nogal verwarrend. Het randschrift van de man bestaat uit een dubbele tekstregel.

Randschrift is:

Ao 1673 den 31 October sterf den Hoog edel geboren en gestrengen
H. Sybrant van Walta in syn leven Sergeant Major en Capitain
over een Regiment Infantery

Ao 1661 den 12 Maert is in den Heere ontslapen de' Wel Eedeleneer
en Deugdenrijcke Iufrou Franske van Doyum oudt in haer 49 Iaer

Woorden onder beeldhouwwerk zijn:

Memento mori

Anno 1668 den familiewapens 11 Ianuari
sterf den Holdinga
Doyum wel Edelen
Jon:Tiaerdt Holdinga
van Walta oudt 14 Iaeren in leven
student van deze Academie tot
Franeker en leyt alhier begraven

Hier legh ick Iongelinck int Bloejen van myn Daegen
De son myns heeft haer
R. Halma
De welgeboren vrouw Hellena van
Walta obiit den 3 april 1693

Ao 1681 den 9 Iuly sterf Iufr. Francesca Dorothea
Dorothea va' Walta v: Wabich gebooren den 26
Ianu 1678

(wapens)
Walta Doyem

OPMERKINGEN:

R. Halma is Rinse Halma en is een telg uit een beroemd uitgevers en drukkers geslacht. Frans Halma, geboren op 13 louwmaand 1653 te Langerak als zoon van een dominee, verloor op 10 jarige leeftijd zijn vader en werd bij een weesvader te Utrecht onder gebracht. Deze weesvader had een boekwinkel waar vooral veel studenten en professoren hun boeken lieten drukken.

Frans kreeg veel intresse in de boeken en las veelvuldig de publicaties door. Ook het drukken opzich had zijn intresse en in 1675 begon hij een eigen boekwinkel en werd een paar jaar later benoemd tot academieprinter van Utrecht. Hij trouwde met een meisje van adelijke en welgestelde ouders en verhuisde in 1699 naar Amsterdam omdat hij daar betere mogelijkheden zag. Hij begon in Amsterdam aan het grote meesterwerk "Toneelen der Verenighde Nederlanden". In 1710 verhuisde hij naar Leeuwarden, waarschijnlijk op verzoek van de Stadhouder. Zijn grote meesterwerk heeft hij zelf niet meer kunnen drukken omdat hij tijdens het afmaken van de printplaten op 13 louwmaand 1722 overleed. Zijn vriend Mattheus Brouerius van Nidek zorgde ervoor dat de printplaten afgemaakt werden waardoor zijn zoon Hendrick het werk in 1725 kon drukken en uitgeven. Zijn oudste zoon Francois was al in 1701 naar Franeker gegaan en begon daar een drukkerij. Rinse was een zoon van Francois.

Het fraaie beeldhouwwerk ligt verzonken in een rechthoek. Bovenin twee naakte putti's die een doek omhoog houden. Een aankijkende traliehelm met als helmteken een zwaan. Het M en V schild zijn verminkt. Vaag is op het V schild een zwaard te zien. Boven het rouwbord met memento mori vijf doodskoppen met aan weerskanten een zandloper met weegschaal. Daarnaast een vaas met bloemen. Verder veel ornamenten en doodskoppen links en rechts van de helm. De schilden op de hoeken zijn verminkt. Linksonder in de cirkelrand staat Doyum. Rechtsonder in de cirkelrand de namen Humalda en Abinga.

Opvallend is dat de tekst boven de naam Halma niet is afgemaakt. De naam Halma is ook van veel latere datum dan de rest van de tekst.